Stil

Jonathan Swift (hij leefde van 1655 tot 1745 en was de auteur van Gullivers Reizen) placht schalks maar diepzinnig te zeggen: ‘De beste geneesheren van de wereld zijn dokter Dieet, dokter Stil en dokter Vrolijk.’ Mij dunkt: de spijker op de kop! Ook in de kerk kunnen we wel enige bijstand van die drie doktoren gebruiken. Om de zwaarlijvigen en de droefgeestigen onder ons niet al te zeer te ontmoedigen, zal ik me beperken tot enkele opmerkingen over dokter nummer twee.

De heer Stil is echt wat je noemt een geneesheer. Hoe dikwijls heb ik juist als pastor meegemaakt dat een verwijzing naar dokter Stil mocht leiden tot een opmerkelijk herstel! Ik bedoel dan niet zozeer een hint die grootsprekers maant hun spreekorgaan tot zwijgen te brengen, maar het pastoraal advies genezing te zoeken in de stilte. In alle ernst: de wereld is vol van geluiden en al die geluiden nestelen zich van lieverlee in ons hoofd. Ze zetten zich vast op de harde schijf van onze ziel en blijven maar kwekken en kakelen, knorren en kreunen. Als je niet oppast zou je er gek van kunnen worden en sommigen worden dat dan ook – met excuus voor de lelijke uitdrukking, want ik bedoel natuurlijk ‘psychisch gestoord’.

Het gebed kan een weldadig landschap van stilte zijn. Helend, genezend, vernieuwend. Maar niet wanneer we zelfs onze gebeden volproppen met woorden, woorden en nog eens woorden. Ook wat dit betreft bied ik u nederig mijn excuses aan, want wij predikanten weten zelf nauwelijks van ophouden. Wij praten en preken en bidden maar door. Zelden komen we tot zwijgen. Om dit gebrek enigszins te verkleinen, houd ik dan ook welbewust elke zondagmorgen een minuut of wat mijn mond, voordat wij samen het Onze Vader bidden.

Bidden is ook: zwijgen. Stil worden voor het Aangezicht van de Eeuwige. De Deense filosoof Sören Kierkegaard zei: ‘Hoe aandachtiger en innerlijker mijn bidden werd, hoe minder ik te zeggen had. Op het laatst werd ik helemaal stil. Ik werd – en dat is misschien nog een grotere tegenstelling met spreken – ik werd iemand die luisterde. Eerst dacht ik dat bidden spreken was. Maar ik leerde dat bidden niet louter zwijgen is, maar luisteren. Zo is het: bidden wil zeggen stil worden en stil zijn en wachten tot degene die bidt God hoort.’

Weet u welke volksfilosoof dit ook begreep? Toon Hermans. Over zijn kerkgang schreef hij ooit zeer diepzinnig: ‘Ik wil niet komen bidden om te krijgen, / zoals een kind dat om een snoepje zeurt, / ik wil hier stil wat zitten en wat zwijgen, / misschien dat er met mij dan iets gebeurt.’

Ik moest aan dit en nog veel meer denken toen ik onlangs een gedachte onder ogen kreeg die ontleend is aan een boek dat getiteld is Bidden, gewoon doen. In dat boek schrijft de bijbelleraar David Pawson over het gebed het volgende: ‘Bij gebed gaat het er niet om dat je een bepaalde techniek beheerst, maar dat je vaak in Zijn tegenwoordigheid komt. Veel mensen zoeken naar een gebedsmethode, en ontwikkelen een ritueel, maar zo krijg je geen relatie. En nu gooi ik een knuppel in het hoenderhok als ik zeg dat de Bijbel het nergens heeft over wat we stille tijd noemen. Er staat: “Bidt zonder ophouden.” Er staat niet: “Houd stille tijd.” Denk hier eens even over na en bedenk wat het impliceert. Als ik tegen mijn vrouw zou zeggen: “Ik houd iedere woensdag- en vrijdagavond van je, precies om half tien. Ik geef je een half uur van mijn tijd en ik zet de wekker. Wat vind je ervan?” Onderhoud je zo een relatie? Ik geloof dus niet dat het gaat om het beheersen van bepaalde gebedstechnieken, maar dat je in de tegenwoordigheid van God moet leren blijven.’

Gebed. Soms denk ik: hebben we elkaar niet onbedoeld wijsgemaakt dat gebed en bed bij elkaar horen? Morgengebed, avondgebed – we bidden als we het bed verlaten en we bidden als we er weer in gaan. Daar is niets mis mee, maar of je op die momenten werkelijk tot stilte kunt komen… Vaak is Klaas dan nog erg actief, als u begrijpt wat ik bedoel. Bidden kun je op de ‘gekste’ momenten. Bidden mag je als je gestoord dreigt te raken van alle geluiden om je heen. Biddend trek je je terug, zoals een leger zich naar de kazerne terugtrekt als de strijd onhoudbaar wordt. In de stilte voor Gods aangezicht mag je herstellen, op adem komen, Hem en je zelf weer vinden. Bidden is niet: voortdurend je ziel laten praten. Bidden is veel vaker: het praten laten.

André F. Troost